Resultaat: de inkomende lucht krijgt een duwtje in de goede richting in elk seizoen en voelt constanter aan.
| Oplossing | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
|
Boiler met water van 55 °C en 30 °C warmte-afgifte (boilervat 1000 liter nodig) |
Eenvoudige en bewezen techniek, goed verkrijgbaar. |
Groot buffervat nodig (1000 liter). Hogere energiekosten omdat een warmtepomp bij 55 °C een lagere COP heeft dan bij 35 °C. |
| Natriumsulfaat 32 °C buffervat warmte-opslag (85% gevuld i.v.m. uitzetting, 360 liter nodig) |
Kleiner buffervat nodig dan water (360 liter). Lage temperatuur past goed bij warmtepompen en hogere COP. |
Geen bestaande commerciële producten beschikbaar. |
|
Calciumchloride 30 °C buffervat warmte-opslag (85% gevuld i.v.m. uitzetting, 390 liter nodig) |
Compact buffervat (390 liter). Lage temperatuur geschikt voor efficiënte werking van warmtepompen. |
Duurder dan natriumsulfaat. Geen bestaande commerciële producten beschikbaar. |
|
Natriumacetaat 58 °C buffervat warmte-opslag (85% gevuld i.v.m. uitzetting, 390 liter nodig) |
Compact buffervat (390 liter). Diverse producten commercieel verkrijgbaar. |
Minder geschikt in combinatie met een warmtepomp vanwege de hoge smelttemperatuur van 58 °C. Vergelijkbaar nadeel als water door lagere COP bij hoge temperatuur. |
Q = V × ρ × c × ΔT ≈ 125 × 1,2 × 1 × 6 = 900 kJ ≈ 0,25 kWh per uur.
Bereken dynamisch de thermische waarden op basis van de pouch-afmetingen en de effectieve PCM-oppervlakte.

Water heeft veel energie nodig om te bevriezen bij 0 °C: ongeveer 333 kJ/kg (latente warmte).
Dat is circa 80× zoveel als water 1 °C opwarmen (4,186 kJ/kg). Sommige zouten,
zoals natriumsulfaat, hebben een vergelijkbaar faseovergang-effect
maar dan bij 32 °C. Of lager door toevoeging van 17% keukenzout (zonder jodium enz.) is faseovergang bij 18 °C mogelijk.
Bij een faseovergang wordt dus veel warmte opgeslagen of afgegeven zonder dat de temperatuur veel verandert.
Dat is handiger dan water naar een veel hogere temperatuur te verwarmen. Bijvoorbeeld omdat
- warmtepompen de hogere temperatuur niet halen
- warmtepompen bij hogere temperaturen veel minder efficient werken
- hogere temperaturen veel meer energieverlies geven
- hogere temperaturen meer isolatie en ruimte vraagt
Als de faseovergang niet precies begint bij de beoogde temperatuur maar enkele of vele graden lager heet supercooling.
Bijvoorbeeld bij 28 C in plaats van 32 C. Hierbij start de kristalisatie niet waarbij de warmte vrij kan komen maar daalt de temperatuur zonder dat de warmte vrijkomt.
Om supercooling te voorkomen of verminderen kan een zogeheten nuclatiemiddel toegevoegd worden. Zoals 4% (zo soms op internet is te lezen) tot 8% (uit eigen ervaring) borax.
Het relatief zware zout kan onderin inklinken tot een harde laag en niet meer werken. Om dat te voorkomen kan een dikkingsmiddel gebruikt worden voor goede verspreiding van het zout en water. Zoals met zo'n 1% polyacrylaat.
Een pcm zoals natriumsulfaat zal ongeacht de faseovergang nagenoeg hetzelfde volume nodig hebben. Ook met keukenzout (NaCl), indien in de juiste verhouding gebruikt, omdat een geconcentreerde zoutoplossing (brine) niet veel meer ruimte nodig heeft. Bij het mengen zal dit duidelijk merkbaar zijn..
Wordt meer water toegevoegd dan is wel meer ruimte nodig, tot wel 150 of 200% dan hoeveel is toegevoegd omdat een lichtere zoutoplossing een lagere dichtheid heeft (rond 1 kg per liter in plaats van 1.468 kg per liter). Bij 10% extra water kan de uitzetting vanwege zoutoplossingen inclusief watertoevoeging 15% tot 20% zijn.
Met een simpele opstelling van radiateur, klein pompje en een pcm-buffervat op basis van natriumsulfaat kun je de toevoerlucht van je WTW merkbaar rustiger en comfortabeler maken. Reken voor 50 m³/uur ventilatie op ongeveer 3,2 kWh tempering per dag, of ±40 kg opslagmedium.
| Temp (°C) | Na₂SO₄ [gram] | Borax (Na₂B₄O₇·10H₂O) [gram] | NaCl [gram] | CaCl₂·6H₂O [gram] | Citroenzuur [gram] |
|---|---|---|---|---|---|
| 5 | 7.00 | 2.15 | 35.69 | 62.5 | 57.1 |
| 10 | 9.10 | 2.30 | 35.72 | 64.7 | 59.2 |
| 15 | 14.30 | 2.40 | 35.80 | 74.5 | 68.3 |
| 20 | 19.50 | 2.50 | 35.89 | 100 | 79.0 |
| 25 | 30.15 | 3.25 | 35.99 | 114 | 95.0 |
| 30 | 40.80 | 4.00 | 36.09 | 128 | 107.0 |
| 35 | 44.80 | 5.00 | 36.23 | 128.0 | |
| 40 | 48.80 | 6.00 | 36.37 | 132 | 164.0 |
| 45 | 46.82 | 8.00 | 36.53 | 191.0 | |
| 50 | 44.84 | 10.00 | 36.69 | 137 | 225.0 |
| 55 | 45.07 | 12.50 | 36.86 | 255.0 | |
| 60 | 45.30 | 15.00 | 37.04 | 142 | 302.0 |
|
Veiligheid: categorie |
CaCl₂·6H₂O calciumchloride |
Na₂SO₄·10H₂O natriumsulfaat |
NaOAc·3H₂O natriumacetaat |
|
Exothermie bij oplossen |
Hoog – sterk exotherm |
Laag/neutraal |
Laag – licht endotherm |
|
Corrosiviteit |
Hoog – agressief voor Al/staal |
Matig |
Laag–matig |
|
Irritatie/toxiciteit |
Irriterend huid/ogen |
Weinig toxisch |
Laag |
|
Milieu-impact |
Hoge zoutbelasting |
Zoutbelasting, minder toxisch |
Biologisch afbreekbaar |
|
Brandbaarheid |
Niet brandbaar |
Niet brandbaar |
Niet brandbaar |
|
Supercooling |
Beperkt (additieven) |
Hoog – faseproblemen |
Hoog – nucleator nodig |
|
Volume-uitzetting |
12%, matig, 20 C: 1.71 kg/liter .. boven 30 C: 1.5 kg/liter |
10%, matig, 20 C: 1.46 kg/liter .. boven 30 C: 1.3 kg/liter |
10%, matig, 20 C: 1.44 kg/liter .. boven 60 C: 1.29 kg/liter |
|
Langdurige stabiliteit |
Matig – additieven nodig |
Variabel |
Goed met nucleatiebeheer |
|
Aanbevolen containers |
HDPE, PP, RVS-316 |
HDPE, PP, RVS |
HDPE, PP, RVS |
|
PBM |
Handschoenen, bril, masker |
Handschoenen, bril |
Handschoenen, bril |
| |
|||
|
Smeltpunt & Latente warmte |
29–30 °C, ~190 kJ/kg |
32–34 °C, ~250 kJ/kg |
58 °C, ~260 kJ/kg |
|
Ook wel toegepast als |
Dooimiddel / strooizout werkend tot -20 C |
Wasmiddel vulstof tot 30% per volume |
Smaakmaker zoals in chips |
|
Prijsindicatie |
30 .. 50 euro per 25 kg > 95% zuiver, |
150 euro per 25 kg, 99% zuiver |
150 euro per 25 kg, 99% zuiver |
| Additief | Belangrijkste gevaren | PBM's (aanbevolen) | Opslag & hantering | Eerste hulp / noodmaatregel | Milieu & lozing |
|---|---|---|---|---|---|
| Xanthaangom (polysacharide verdikker) |
- Over het algemeen laag risico; stof irritatie voor ogen/ademhalingswegen. - Biologisch afbreekbaar; in zoutomgeving stabiel. Veilig gebruik: tot 1–3% standaard in levensmiddelen (E415). Kritisch: geen echte toxicologische grens; in oplossingen > 5% kan de viscositeit zo hoog worden dat verwerken moeilijk wordt (praktisch risico, geen gezondheidsrisico). Waarom: biologisch afbreekbaar, niet toxisch, alleen stof-inhalatie kan irritatie geven. |
- Veiligheidsbril bij poedergebruik - Handschoenen (optioneel) - FFP2 bij stofvorming |
- Droog bewaren in goed afgesloten verpakking; levensmiddelkwaliteit verkrijgbaar. - Bij mengen langzaam toevoegen om klontering te voorkomen (voorkom poederwolken). |
- Oogcontact: spoelen met water. - Inademing: frisse lucht; medisch advies indien klachten. - Inslikken: normaal niet schadelijk in kleine hoeveelheden. |
- Biologisch afbreekbaar; kleine lozingen meestal acceptabel, maar houd rekening met zuurstofverbruik in oppervlaktewater. - Grote hoeveelheden via afvalverwerking afvoeren. |
| Citroenzuur (E330 – organisch zuur) |
- Irritatie van huid, ogen en luchtwegen bij geconcentreerde oplossingen. - Corrosief voor sommige metalen (aluminium, koper) bij hoge concentraties. Veilig gebruik: 0,5–5 % w/w in waterige PCM‑formuleringen. Kritisch: bij > 10 % kan het pH tot onder 2 verlagen, wat corrosie en materialdegradatie kan veroorzaken. Waarom: sterk zuur, goede buffer‑ en complexvormings‑eigenschappen; niet‑toxisch bij lage concentraties. |
- Veiligheidsbril - Chemisch‑bestendige handschoenen (bij > 5 % oplossingen) - Schort of beschermende kleding - Eventueel FFP2/FFP3 bij werken met fijne poeder of spatten. |
- Droog en koel bewaren in goed afgesloten, niet‑metaalische (bijv. HDPE) verpakking. - Bescherm tegen vocht om klonteren en ongewenste reacties met metalen te voorkomen. - Bij dosering langzaam toevoegen aan water om exotherme reactie te vermijden. |
- Oogcontact: urenlang spoelen met veel water. - Inademing: frisse lucht; bij irritatie medische hulp zoeken. - Inslikken: geen braken opwekken; grote hoeveelheden spoelen met water en medische hulp inroepen. |
- Zeer goed afbreekbaar; lage concentraties ongevaarlijk voor waterlichamen. - Grote lozingen moeten via gereguleerde afvalwater‑ of chemicaliënverwerking gebeuren om zuurgraad in waterlichamen te beheersen. |
| Natriumbenzoaat (conserveermiddel / E211) |
- Ernstige oogirritatie bij direct contact met het pure poeder. - Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken bij inademing van stof. - **In het eindproduct (lage dosering) is de stof nagenoeg ongevaarlijk.** Veilig gebruik: doorgaans tot 0,1–0,5% gewichtsaandeel in PCM-oplossingen. Kritisch: niet mengen met sterk zure oplossingen (pH < 4), omdat er dan toxisch benzoëzuur kan ontstaan dat neerslaat. Waarom: effectieve antimicrobiële werking in neutrale tot licht zure PCM-systemen. |
- Veiligheidsbril (noodzakelijk vanwege oogirritatie) - Nitril handschoenen - Stofmasker (FFP2) bij grootschalig verwerken van poeder |
- Droog en koel bewaren in strak gesloten verpakking. - Gescheiden houden van sterke zuren en oxiderende stoffen. - Voorkom stofvorming tijdens het ompakken of mengen. |
- Oogcontact: direct voorzichtig spoelen met water gedurende minstens 15 minuten; arts raadplegen. - Huidcontact: wassen met water en zeep. - Inademing: frisse lucht opzoeken; bij aanhoudende irritatie een arts raadplegen. |
- Goed biologisch afbreekbaar en accumuleert niet in de voedselketen. - Niet in grote hoeveelheden lozen in het oppervlaktewater of riool vanwege mogelijke impact op waterorganismen. - Afvoeren conform lokale chemische afvalrichtlijnen. |
| Polyacrylamide (PAM) (superabsorberend polymeer - SAP) |
- Kan veel water binden en zwellen (let op in gesloten ruimtes). - Poeder kan stof geven → irritatie ogen/luchtwegen. Veilig gebruik: vaak in PCM’s 0,1 – 1% als verdikker/stabilisator. Polymeer is inert, niet toxisch, en niet oplosbaar; het zwelt alleen in water. Kritisch: bij > 5% kan het gel te dik worden en bij droging stof vormen dat irritatie geeft. Geen officiële toxiciteitsdrempel → veiligheid vooral procesmatig (stof vermijden). |
- Veiligheidsbril - Stofdichte maskers (FFP2) bij werken met poeder - Nitril handschoenen |
- Droog, koele opslag in goed gesloten verpakking. - Vermijd stofvorming; gebruik afzuiging/werk in afgeschermde bak. - Houd uit de buurt van sterke Ca²⁺ oplossingen indien je zwelvermogen wilt behouden. |
- Bij contact ogen: spoel minstens 10–15 min met water en zoek medische hulp bij aanhoudende irritatie. - Bij inademing: frisse lucht; medische hulp als ademhaling moeilijk is. - Bij inslikken: water drinken; medisch advies. |
- Kleine hoeveelheden verdunnen met veel water en volgens lokale regels lozen. - Grote hoeveelheden als chemisch afval afvoeren (polymeergel kan water binden en moeilijk verwerken zijn). |
| Natriumpolyacrylaat (Na-PAA) (superabsorberend polymeer) |
- Kan veel water binden en zwellen (let op in gesloten ruimtes). - Poeder kan stof geven → irritatie ogen/luchtwegen. - In hoge ion-sterkte (Ca²⁺) kan gel destabiliseren / neerslaan zoals met CaCl2.6H2O. - Bij te hoge concentratie NaCl (~ > 15%) worden het doorzichtige dunne bolletjes en kan het niet zwellen. Veilig gebruik: vaak in PCM’s 0,1 – 1% als verdikker/stabilisator. Polymeer is inert, niet toxisch, en niet oplosbaar; het zwelt alleen in water. Kritisch: bij > 5% kan het gel te dik worden en bij droging stof vormen dat irritatie geeft. Geen officiële toxiciteitsdrempel → veiligheid vooral procesmatig (stof vermijden). |
- Veiligheidsbril - Stofdichte maskers (FFP2) bij werken met poeder - Nitril handschoenen |
- Droog, koele opslag in goed gesloten verpakking. - Vermijd stofvorming; gebruik afzuiging/werk in afgeschermde bak. - Houd uit de buurt van sterke Ca²⁺ oplossingen indien je zwelvermogen wilt behouden. |
- Bij contact ogen: spoel minstens 10–15 min met water en zoek medische hulp bij aanhoudende irritatie. - Bij inademing: frisse lucht; medische hulp als ademhaling moeilijk is. - Bij inslikken: water drinken; medisch advies. |
- Kleine hoeveelheden verdunnen met veel water en volgens lokale regels lozen. - Grote hoeveelheden als chemisch afval afvoeren (polymeergel kan water binden en moeilijk verwerken zijn). |
| Borax (natriumtetraboraat) (borax decahydraat / technisch) |
- Irriterend voor ogen en huid; bij langdurige blootstelling mogelijke reproductietoxiciteit (afhankelijk van concentratie en regelgeving). - Oraal toxisch bij grote hoeveelheden. Veilig gebruik: onder 0,1% in mengsels → valt meestal buiten etiketteringsplicht. Grens: boven 4–5% wordt het mengsel vaak als gevaarlijk geclassificeerd en etiketteringsplichtig. Risico komt vooral bij herhaald/chronisch contact of inslikken; als PCM-additief (<2–3%) is blootstelling klein, maar in regelgeving moet je altijd opletten. |
- Veiligheidsbril - Handschoenen (nitril / chemical resistant) - Bij stofvorming: FFP2 masker |
- Koel, droog en luchtdicht opslaan; kinderveilig verpakken. - Voorkom onnodige blootstelling; gebruik afzuiging bij stoven mengen. |
- Huidcontact: met veel water wassen; bij irritatie arts raadplegen. - Oogcontact: overvloedig spoelen (15 min) en medisch advies. - Inslikken: geen braken opwekken; medisch advies onmiddellijk. |
⚠ Borax is belastend voor watermilieu; lozing vermijden. - Afval als chemisch afval inleveren volgens lokale regelingen. |
| Calciumchloride (watervrij) (CaCl₂ - anhydraat) |
- Sterk exotherm: Reageert extreem heftig met water; genereert direct intense hitte (tot >90 °C) wat kan leiden tot kookspatten. - Veroorzaakt ernstige oogirritatie (Categorie 2). - Irriterend voor de huid en de luchtwegen bij inademing van stof. Veilig gebruik: Toegestaan als voedingsadditief (E509) en strooizout, maar de watervrije vorm is puur chemisch gezien agressiever. Kritisch: Kan bij contact met een vochtige huid of slijmvliezen thermische en chemische brandwonden veroorzaken door de vrijgekomen hitte. |
- Ruimsluitende veiligheidsbril / gelaatsscherm (essentieel tegen hete spatten tijdens het mengen) - Nitril of rubberen handschoenen - FFP2 of FFP3 stofmasker (zeer belangrijk bij het scheppen van het fijne, droge poeder) |
- Strikt hermetisch gesloten bewaren; trekt agressief vocht uit de lucht aan (deliquescent) en verandert dan in een vloeibare brij. - Mengvolgorde: Voeg ALTIJD het zout langzaam toe aan het water, nooit water op het zout gieten (explosief kookgevaar). - Gebruik uitsluitend hittebestendige kunststof (HDPE/PP) of borosilicaatglas. Absoluut geen metalen vaten of roerstaafjes. |
- Oogcontact: Direct minstens 15 minuten intensief spoelen met oogspoelfles of stromend water; direct een arts raadplegen. - Huidcontact: Droog poeder eerst snel van de huid vegen, daarna grondig afspoelen met grote hoeveelheden water en zeep. - Inademing: Bij inademing van stof direct naar de frisse lucht brengen; bij aanhoudende hoest een arts raadplegen. - Inslikken: Mond grondig spoelen. VEEL water drinken om de hitte in de maag te koelen. GEEN braken opwekken. Arts waarschuwen. |
- Net als MgCl₂ verhoogt het lokaal de saliniteit van het water, wat schadelijk is voor zoetwaterorganismen. - Kleine hoeveelheden (na volledige afkoeling en sterke verdunning) mogen via het riool. - Droog gemorst poeder mechanisch opruimen (opvegen) en niet zomaar wegspoelen. |
| Magnesiumchloride (MgCl₂·6H₂O - hexahydraat) |
- Over het algemeen laag risico; milde irritatie aan ogen, luchtwegen en huid bij direct contact. - Niet-brandbaar, maar corrosief voor metalen (vooral staal en aluminium) bij lekkage. Veilig gebruik: Vaak gebruikt als voedingsadditief (E511) en in badzouten. Kritisch: Bij contact met vocht (hygroscopisch) trekt het water aan; kan bij inslikken van zeer grote hoeveelheden laxerend werken (magnesiumvergiftiging). Waarom: Anorganisch zout, lage acute toxiciteit, maar de chloride-ionen maken het corrosief voor metalen omgevingen. |
- Veiligheidsbril (tegen spatten van de oplossing) - Nitril handschoenen (voorkomt uitdrogen van de huid) - FFP2 masker bij het scheppen van droge vlokken/poeder |
- Strikt droog en luchtdicht bewaren; het zout vervloeit snel door vocht uit de lucht op te nemen. - Vermijd opslag in metalen vaten (gebruik HDPE of PP kunststof verpakkingen). - Let op: lost exotherm op in water (geeft warmte af), dus voorzichtig mengen. |
- Oogcontact: Direct grondig spoelen met stromend water gedurende enkele minuten. - Huidcontact: Wassen met water en zeep; verontreinigde kleding uittrekken. - Inademing: Bij irritatie van de luchtwegen de persoon in de frisse lucht brengen. - Inslikken: Mond spoelen en veel water drinken. Bij onwel voelen een arts raadplegen. |
- Zeer vloeibaar in water; grote lozingen in oppervlaktewater kunnen het zoutgehalte (saliniteit) lokaal verhogen en schadelijk zijn voor waterorganismen. - Kleine hoeveelheden kunnen sterk verdund via het riool (indien toegestaan door lokale regelgeving); grotere hoeveelheden afvoeren als chemisch afval. |
| SrCl2 (strontiumchloride) - |
- Ernstig oogletsel en irriterend voor de huid. - Irritatie van de luchtwegen. - Irritatie in het spijsverteringskanaal bij inname. Veilig gebruik: geen grenswaarde. Grens: - Risico bij contact of inslikken; als PCM-additief (<3%) is blootstelling klein. |
- Veiligheidsbril - Handschoenen (nitril / chemical resistant) - Zorg voor ventilatie bij de omgang met de stof en voorkom dat stof opwaait |
- Koel, droog en luchtdicht opslaan; kinderveilig verpakken. - Voorkom onnodige blootstelling; gebruik afzuiging bij stoven mengen. |
- Huidcontact: met veel water wassen; bij irritatie arts raadplegen. - Oogcontact: overvloedig spoelen (15 min) en medisch advies. - Inslikken: medisch advies. |
⚠ Is belastend voor watermilieu en kan door planten en dieren opgenomen worden; lozing vermijden. - Afval als chemisch afval inleveren volgens lokale regelingen. |
| KCl (kaliumchloride) |
⚠ Laag acute toxiciteit, maar hoge concentraties verhogen zoutbelasting en zijn schadelijk voor aquatisch leven. - Poeder kan irritatie veroorzaken. Veilig gebruik: tot enkele procenten (1–10%) in PCM’s geen probleem; vergelijkbaar met voedingszout. Kritisch: pas bij > 20–30% in waterige oplossingen → risico’s voor milieu (hoge zoutlast, aquatische toxiciteit). Biologisch inert, maar in hoge concentraties osmotisch schadelijk voor organismen. Voor de mens: geen classificatie als gevaarlijk, wel irritatie bij hoge blootstelling. |
- Veiligheidsbril - Handschoenen bij veelvuldig contact - FFP2 bij stofvorming |
- Droog en afgesloten bewaren; beschermen tegen vocht. - Houd uit de buurt van voedingsmiddelen en kinderen. |
- Oogcontact: spoelen met water, medisch advies bij aanhoudende irritatie. - Inslikken: veel water drinken; medisch advies bij symptomen. |
⚠ Vermijd lozing in oppervlaktewater; bij hoge concentraties zeer schadelijk. - Kleine hoeveelheden in riool vaak toegestaan, check lokale regels. |
| BaSO4 |
- veilige niet giftige stof. Veilig gebruik: tot 1–3% standaard in levensmiddelen (E415). Kritisch: geen echte toxicologische grens; in oplossingen > 5% kan de viscositeit zo hoog worden dat verwerken moeilijk wordt (praktisch risico, geen gezondheidsrisico). Waarom: biologisch afbreekbaar, niet toxisch, alleen stof-inhalatie kan irritatie geven. |
- Veiligheidsbril bij poedergebruik - Handschoenen (optioneel) - FFP2 bij stofvorming |
- Droog bewaren in goed afgesloten verpakking; levensmiddelkwaliteit verkrijgbaar. |
- Oogcontact: spoelen met water. - Inademing: frisse lucht. - Inslikken: spoel de mond, drink water, en raadpleeg een arts bij onwel voelen. |
- Niet gevaarlijk voor het milieu; kleine lozingen meestal acceptabel. - Grote hoeveelheden via afvalverwerking afvoeren. |
| SrCO3 |
⚠ lage acute toxiciteit. Veilig gebruik: tot 1–3% standaard in levensmiddelen (E415). Kritisch: geen echte toxicologische grens; in oplossingen > 5% kan de viscositeit zo hoog worden dat verwerken moeilijk wordt (praktisch risico, geen gezondheidsrisico). Waarom: biologisch afbreekbaar, niet toxisch, alleen stof-inhalatie kan irritatie geven. |
- Ademhalingsbescherming, gebruik van een stofmasker (type P1 of hoger) - Veiligheidsbril bij poedergebruik - Handschoenen (optioneel) - FFP2 bij stofvorming |
- Droog bewaren in goed afgesloten verpakking, weg van voedingsmiddelen en diervoeders. |
- Oogcontact: spoel grondig met water gedurende minstens 15 minuten en raadpleeg een arts indien irritatie aanhoudt. - Inademing: breng de persoon in de frisse lucht. Bij moeilijke ademhaling een arts raadplegen. - Inslikken: spoel de mond, bij inname van grote hoeveelheden een arts raadplegen. |
⚠ Verwijderen als chemisch afval in overeenstemming met de lokale voorschriften. Niet in het milieu of de riolering lozen. |
| Additief \ PCM | Na₂SO₄·10H₂O | CaCl₂·6H₂O | Natriumacetaat·3H₂O | opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| Xanthaangom (E415) | ⚠ Verdikt - fasescheiding te voorkomen, maar midner stabiel bij veel hogere temperaturen. | ⚠Reactie met Ca²⁺, kan gelvorming veroorzaken. | ⚠Kan stabiliseren, maar degradeert bij herhaalde verhitting. | |
| Citroenzuur (E330) | ✅ Zuurstofbindend, verlaagt pH en voorkomt kristallisatie van natriumsulfaat. Blijft stabiel tot ca. 70 °C. | ⚠ Komplementeert Ca²⁺ tot calcium‑citraat; dit kan de oplosbaarheid van CaCl₂ verminderen en precipitaties veroorzaken bij >50 °C. | ✅ Verbeterde pH‑buffering bij natriumacetaat; voorkomt menging van acetaat‑ en citraat‑ionen, stabiel tot ca. 80 °C. | Algemeen: goed oplosbaar in water, niet‑toxisch, maar in hoge concentraties kan corrosief zijn voor metalen en kunststoffen. |
| Natriumbenzoaat (E211) | ✅Uitstekend compatibel. Lost goed op in de waterige fase en voorkomt bacteriegroei zonder de PCM-cyclus te verstoren. | ⚠Risico op neerslag. Hoge concentraties Ca²⁺ kunnen leiden tot de vorming van calciumbenzoaat, dat slecht oplosbaar is in water. | ✅Zeer stabiel. Beide zijn natriumzouten en delen een vergelijkbare matrix; conserveert de SAT-oplossing effectief. | Werkt optimaal als conserveermiddel bij een pH < 5,5 à 6. Niet combineren met ascorbinezuur. |
| Borax (Na₂B₄O₇·10H₂O) | ✅Traditionele nucleator, vermindert supercooling. | ❌Kan nucleatie helpen, maar risico op boratenreacties (boorzuur); alleen zeer lage dosering toegestaan waardoor het niet toepasbaar is. | ⚠Niet gangbaar voor SAT, effect onzeker. | |
| NaCl | ✅Veel gebruikt in Glauberzoutmengsels, verlaagt smeltpunt tot ~18 °C. | ⚠Verlaagt smeltpunt, geen sterke nucleator. | ⚠Kan smeltpunt iets beïnvloeden, beperkt relevant. | |
| Magnesiumchloride (MgCl2) | ⚠- | ⚠- | ✅Toegevoegd als 35% hexahydraat (MgCl₂·6H₂O) om het smeltpunt van het basismateriaal te verlagen naar exact 23 °C. | ⚠Duurder dan CaCl₂, maar essentieel voor de temperatuurverschuiving. Vormt een nabij-eutectisch mengsel. |
| Polyacrylamide (PAM) | ✅Verdikt - fasescheiding te voorkomen, en stabiel bij veel cycli. (1% .. 2% toevoegen). Werkt niet met veel NaCl (~ >15%). Temperatuurverlaging circa 1.1-1.2% per C. | ⚠ | ✅Geschikt verdikker/stabilisator in SAT, combineer met nucleator. | |
| Natriumpolyacrylaat (Na-PAA, SAP) | ✅Verdikt - fasescheiding te voorkomen, en stabiel bij veel cycli. (1% .. 2% toevoegen). Werkt niet met veel NaCl (~ >15%). Temperatuurverlaging circa 1.1-1.2% per C. | ⚠Reactie met Ca²⁺, kan gelvorming veroorzaken. | ✅Geschikt verdikker/stabilisator in SAT, combineer met nucleator. | |
| Carboxymethylcellulose (CMC) | ✅ Verdikt - fasescheiding te voorkomen, en stabiel bij veel cycli. (3% toevoegen) | ⚠Reactie met Ca²⁺, kan gelvorming veroorzaken. | ⚠Kan stabiliseren, maar degradeert bij herhaalde verhitting. | |
| Strontiumcholride (SrCl2) | ⚠- | ✅Met 5% als nucleatiemiddel supercooling 1C .. 2C, met 2% supercooling 5C .. 10 C, maar met 5% vrij duur. | ⚠- | |
| KCl | ⚠Verlaagt smeltpunt, verlaagt smeltpunt tot ~ 24°C bij 5% en kan reageren tot NaCl en K2SO4 bij hogere docering KCl dan 5%. Beperkt effect op nucleatie, beperkt kans op Na2SO4.xH2O tussenvormen. | ✅Verlaagt smeltpunt, kan licht nucleatie bevorderen, beperkt kans op CaCl2.xH2O tussenvormen. | ⚠Weinig effect bij SAT. | |
| BaSO4 | ⚠Inert, kan net als borax als nuclator werken, maar minder effectief. | ⚠Inert, kan net als CaCl2 als nuclator werken, maar minder effectief, supercooling 5-10 C. | ✅Inert, kan als nuclator werken, hoe goed is niet precies duidelijk. | kan ook samen met borax, NaCl en KCl |
| BaCO3 | ⚠Zeer giftig, niet inert, niet bruikbaar vanwege omzetting naar BaSO4 en Na2CO3 (soda). | ⚠Zeer giftig, Inert, kan net als CaCl2 als nuclator werken, maar minder effectief, supercooling 5-10 C. | ✅Zeer giftig, Inert, kan als nuclator werken, hoe goed is niet precies duidelijk. | kan ook samen met borax, NaCl en KCl |
| SrCO3 | ✅Inert, kan net als borax als nuclator werken, maar mogelijk minder effectief. | ✅Reageert deels met CaCl2 tot CaCO3 en CaCl2, daarmee minder effectief. | ✅Inert, kan als nuclator werken, en lijkt daarvoor goed te werken. | kan niet samen met borax wel met NaCl en KCl |
| RVS 316 | ⚠Inert, kan nucleatie bevorderen (gaas/plaat), beperkt / geen bewijs. | ⚠Geschikt als permanente nucleator; corrosiebestendig, beperkt / geen bewijs. | ⚠Sterk aanbevolen als nucleator voor SAT, bewezen effectief, beperkt / geen bewijs. |
| Component | Functie | Aanbevolen percentage (wt%) | Effect bij te weinig | Effect bij te veel |
|---|---|---|---|---|
| CaCl₂·6H₂O (hoofdmassa) | Hoofd-PCM | ~92–95% | Te lage capaciteit | Onstabiel zonder additieven |
| KCl | Smeltpuntverlaging (max. 2.5 C), lichte nucleatiehulp, lange termijn stabiel werken, zie ook info | 2–5% | Geen smeltpuntverlaging, kans op supercooling groter | Hydratestabiliteit verslechtert → fase-scheiding |
| SrCl2 | Nucleator & verminderen supercooling, zie ook info | 2–3% | Kristallisatie start niet → vloeibaar bij kamertemp. | ? |
| Verdikker polyacrylaat | Fase-stabilisatie | 0.5–2% | Fase-segregatie na meerdere cycli | Te hoge viscositeit, warmtegeleiding daalt |
| Verdikker natriumpolyacrylaat | Fase-stabilisatie | 0.5–2% | Fase-segregatie na meerdere cycli | Te hoge viscositeit, warmtegeleiding daalt |
| Borax (Na₂B₄O₇·10H₂O) ! gaat niet samen vanwege vorming boorzuur | Nucleator | 1–3% | Kristallisatie start niet → vloeibaar bij kamertemp. | Risico chemische interactie, troebeling, lagere cyclusstabiliteit |
| Verdikker xanthaangom ! gaat niet samen vanwege gelvorming | Fase-stabilisatie | 0.5–1.5% | Fase-segregatie na meerdere cycli | Te hoge viscositeit, warmtegeleiding daalt |
| BaSO4 | nuclator, verminderen supercooling | 1–2% | ? | ? |
| SrCO3 | nuclator, verminderen supercooling | 1–3% | ? | ? |
| Stof | Proces | Reactievergelijking (schematisch) | ΔH (kJ·mol⁻¹) | Type | Waarneming / uitleg |
|---|---|---|---|---|---|
| CaCl2 | Oplossen (anhydraat) | CaCl2 (s) → Ca2+(aq) + 2 Cl−(aq) | ≈ −81 | Exotherm | Lost op met warmteontwikkeling → voelt warm |
| CaCl2·6H2O | Oplossen (hexahydraat) | CaCl2·6H2O (s) → Ca2+(aq) + 2 Cl−(aq) + 6 H2O (l) | ≈ +19 | Endotherm | Kristal bevat al water → koelt licht af bij oplossen |
| CaCl2 | Hydratatie (vorming hydraat) | CaCl2 (s) + 6 H2O (l) → CaCl2·6H2O (s) | ≈ −97 | Exotherm | Wateropname tot kristal → warmt sterk op |
| Na2SO4 | Oplossen (anhydraat) | Na2SO4 (s) → 2 Na+(aq) + SO42−(aq) | ≈ +1 | Zwak endotherm | Nauwelijks temperatuurverandering |
| Na2SO4·10H2O | Oplossen (decahydraat) | Na2SO4·10H2O (s) → 2 Na+(aq) + SO42−(aq) + 10 H2O (l) | ≈ +78 – +80 | Sterk endotherm | Koelt duidelijk af (absorbeert warmte) |
| Na2SO4 | Hydratatie (vorming decahydraat) | Na2SO4 (s) + 10 H2O (l) → Na2SO4·10H2O (s) | ≈ −82 | Exotherm | Kristalvorming uit oplossing → warmt op |
| NaC2H3O2 | Oplossen (trihydraat) | NaC2H3O2·3H2O (s) → Na+(aq) + CH3COO−(aq) + 3 H2O (l) | ≈ +19 – +20 | Endotherm | Koelt bij oplossen |
| NaC2H3O2·3H2O | Kristallisatie uit oplossing | Na+(aq) + CH3COO−(aq) + 3 H2O (l) → NaC2H3O2·3H2O (s) | ≈ −36 – −40 | Exotherm | Wordt heet (gebruik in handwarmers) |
| NaC2H3O2·3H2O | Latente warmte van smelten / stollen | (vaste ↔ vloeibare fase van het hydraat) | ≈ +20 – +39 (smelten) | Endotherm (smelten) / Exotherm (stollen) | Smelten neemt warmte op; stollen geeft die warmte vrij |